Lang verhaal, kort lontje…

Je kunt het lang uitstellen maar het is een strijd tegen de tijd waarvan je van te voren weet dat je die gaat verliezen… Dus ik pak mijn verlies en bezoedel mijn maagdelijk witte blog met de eerste post. En uitgerekend op de dag dat je genoeg moed verzameld hebt om je blog te ontmaagden heb je niets te melden.

Of ik zou moeten verhalen over het voorval waar ik geen voorrang verleende aan een van rechts komende automobilist. Ik wist dat hij voorrang had maar de auto voor me dook ook nog net voor ‘m uit. Daarom moest de van rechts komende bestuurder afremmen… en wie remt verliest de aanspraak op voorrang. Dat zijn de regels die gelden in de asfalt-jungle.

Ik ben er niet trots op en ik weet dat ik fout zit. Terwijl ik voor de auto langs kruiste hoorde ik een luid en lang aanhoudend claxoneren. Sjonge, jonge, jonge… wat zullen we nu toch meemaken? Enig idee welke gedachte er toen in me op kwam?

Ik trapte vol op de rem. Met gierende banden en een uitbrekende achterkant kom ik midden op de T-splitsing tot stilstand. Een mengsel van bloed en adrenaline pompt door mijn aderen. Ik voel de ader op mijn slaap pulseren op het opgefokte ritme van mijn hartslag. Ik voel mijn spieren aanspannen. Terwijl ik mijn gordel losmaak kijk ik in mijn spiegel om te zien of ik veilig uit kan stappen zonder door achteropkomend verkeer geschept te worden. Ik zie geen verkeer in de spiegel maar wel mijn eigen bloeddoorlopen ogen en verwilderde blik. Mijn gordel is los en ik zwaai mijn deur met kracht open. Een blinde kan het van verre aan zien komen: “hier gaat wat gebeuren”.

Met grote passen loop ik achter mijn auto langs op weg naar de auto die inmiddels gestopt is met claxoneren. Nog één keer klinkt een kort claxon geluid. De bestuurder schrikt er zelf van. Ik zie hem snel zijn deuren vergrendelen. Inmiddels ben ik aan de bestuurderskant van zijn auto aangekomen en gebaar dat hij zijn raam omlaag moet draaien.

De man kijkt me angstig aan. “Raam openen”, schreeuw ik. De man schud angstig zijn hoofd. Ik probeer het portier te openen maar die is inderdaad op slot. Ik gebaar nog eens dat de man zijn raampje open moet draaien. Wederom geeft de man te kennen dat niet van plan te zijn door kort met zijn hoofd te schudden. Ik ruik zijn angst dwars door het ongeopende ruit. Ik bal mijn vuist en sla dwars door de zijruit van de auto heen. De man schrikt en ontwijkt het rondvliegende glas door snel zijn rug toe te keren en met zijn hoofd op de bijrijders stoel te gaan liggen.

“Wat moet je nou man?”, schreeuw ik door het verbrijzelde ruit. De man antwoordt niet. Ik trek het knopje van de portiervergrendeling omhoog en open het portier. Met beide handen pak ik de man bij de kraag van zijn jas en hijs hem weer overeind. “Niet slaan”, piept de man benauwd. “Beetje laat he?”. Op het dashboard zie ik een fotootje van een vrouw en twee jonge kinderen in een foto-houdertje dat in een ventilatie rooster is bevestigd. Een meisje van ongeveer tien en een jongen van een jaar of zeven, misschien acht.

“Ik heb wel voorrang, hoor” piept de man. Ik trek de man half uit zijn auto. “Voorrang moet je krijgen, niet nemen”, werp ik tegen. “Iedereen maakt fouten in het verkeer… het is toch niet nodig om meteen te claxoneren?!”. “Waar gaat het heen met de wereld als fouten meteen beantwoord worden met agressie?”. De man zwijgt en kijkt me angstig aan. “Maak jij nooit fouten? mm? mm? En hoe zou je het dan vinden als mensen meteen gaan claxoneren?”
“Als jij nog één keer met je handen aan de claxon zit dan ram ik je kop van je romp, mafkees! Het is dat je twee kinderen hebt anders had ik je nu al een paar klappen verkocht. Is dat duidelijk?”. De man knikt zwijgend.

“Je mag dankbaar zijn voor de verregaande tolerantie van beschaafde mensen zoals ik jegens agressieve egoïsten zoals uzelf”, bijt ik de man toe.
“D.. Dank u wel”, stamelt de man geschrokken. Ik laat de man los en zet koers richting mijn auto. Ik hou nog even een pas in om één van de ruitenwissers van die kerel z’n auto te verbuigen. Vervolgens loop ik overstoorbaar naar mijn auto die inmiddels voor een kleine opstopping heeft gezorgd.

Dat was dus de gedachte die in me op kwam, he? Dat is niet wat ik deed. Ik reed voor de claxonerende auto langs en stak, schuldbewust een verontschuldigend handje op naar de bestuurder waarna ik mijn weg vervolgde. Volgende keer beter…. of niet.

Tags: , , , , ,

3 Responses to “Lang verhaal, kort lontje…”

  1. Jeroen Says:

    Dit zou nog best nog wel eens echt gebeurd kunnen zijn… Hoe vaak ik je wel niet doelbewust door rood heb zien rijden…!!

  2. Eddie Says:

    Door rood rijden? Dat mag helemaal niet….

  3. Jeroen Says:

    Behalve als het stoplicht nog net donkeroranje is… en er een Hyundai Coupe achter op je bumper zit, die ook graag mee wil.

Leave a Reply