Nieuwe project manager
Dit is gebaseerd op een waargebeurde gebeurtenis. Het is hier en daar wat aangezet, maar de essentie is geheel in overeenstemming met de stinkende waarheid. Voor het dramatisch effect is hier en daar een lichte verruwing toegepast. Ook zijn alle namen veranderd. Overigens is het al enige tijd geleden dat deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Ik kan geen jaartallen noemen. Ik kan wel verklappen dat het niet in de Dickens tijd speelt.
Eigenlijk ging alles zoals het altijd gaat als IT-slaaf. Je begint ’s ochtends vroeg. Het is nog donker buiten. Je klapt je laptop en je ogen open. Terwijl je laptop luidkeels aan het opstarten is slurp je de eerste slokken thee van deze dag naar binnen. Als je laptop eenmaal arbeidsgereed is begin je met het ‘wegwerken’ van de mail van de vorige avond. Agenda controle. Ah. Meeting vanmiddag. Er moet iets aan een bestaande omgeving aangepast worden. Daarvoor is een nieuw projectje gestart (”Project Bratwurst”) dat getrokken gaat worden door een nieuwe project manager (”Horst Bierbauch”) die nieuw is in deze omgeving.
Tijd laat zich niet sturen en zonder dat ik erom gevraagd heb breekt als vanzelf het tijdstip van de meeting aan. Gelukkig in hetzelfde gebouw waar ik nu zit dus het is slechts een kleine werkonderbreking. Mijn collega Rupert, werkzaam in hetzelfde team als ik, is ook uitgenodigd voor de meeting. Onderweg naar de lift praten we over het nieuwe project.
Rupert weet wel wat er moet gebeuren. Veel van de vereiste aanpassingen zijn in het verleden als eens besproken maar zijn door gebrek aan tijd of urgentie blijven liggen. Het is spits qua liftverkeer. Het duurt enige tijd voordat een lift de opwaartse richting kiest. Ondertussen groeit de rij met wachtenden voor een lift eender welke kant op.
We hoeven niet ver, slechts één verdieping. We hadden kunnen lopen maar bleven wachten op de lift. Je kunt het luiheid noemen. Wij spreken zelf liever van toewijding. Commitment. Niet op het knopje van de lift drukken en dan toch snel de trap nemen. Je moet een keuze maken en daar dan achter blijven staan. Een visie ontwikkelen en die visie ook naleven. Natuurlijk gaat dat niet altijd zonder kleerscheuren. Natuurlijk wijk je wel eens van het pad af. Maar je hebt in ieder geval je visie. Je weet waar je heen moet. Je hebt een kompas waarop je kunt varen. Luiheid? Laat me niet lachen man. Committed, dedicated, target oriented & strategy driven. Daar hebben we het over.
Wachtend op de lift praten we nog steeds over het nieuwe project. “Ik denk dat dit geen zinnige meeting gaat worden”, moppert Rupert, “een nieuwe project manager, die moet natuurlijk weer helemaal vanaf nul beginnen. Je merkt het al aan deze meeting. Hij heeft niet eens een normale vergaderzaal kunnen regelen. We hebben een meeting in de openbare koffieruimte. Wat is dat toch met die groentjes? En ook is onze infrastructuur helemaal nieuw voor hem. Wij moeten weer helemaal gaan uitleggen hoe de omgeving in elkaar zit. En dan snapt hij er toch geen zak van… Het is natuurlijk weer zo’n net-uit-school type die wel even denkt dat hij het helemaal gaat maken”. Ik knik instemmend. Ik weet waar Rupert het over heeft. Ik heb ze gezien. Over(ge)dreven managers. Het eerste project is altijd micro-management. Iedere molecuul die zich “in scope” bevind wordt onderworpen aan het niets ontziende management van de junior. “Wat je zegt”, bevestig ik.
Rupert weet het ook hoor. Rupert heeft zijn quotum aan projecten, klanten en managers al ruimschoots overschreden. Je kan zeggen van Rupert wat je wil, bijvoorbeeld dat ‘Rupert’ een rare naam heeft, maar Rupert kent het klappen van de zweep en weet hoe je die klappen kunt ontlopen. Ik voel nog steeds de striemen op mijn rug. Rupert kent geen pijn. Mijn rug is een roadmap naar de hel opgetekend in striemen.
Rupert fulmineert nog een stukje door. Inmiddels wordt het vasthouden aan onze visie beloond met het arriveren van de lift. Er moeten drie mensen omhoog. Wij en een wat oudere man. Keurige man, dat zie je zo. De rest wacht op een andere lift.
“En weet je wat het ergste is?”, vraagt Rupert ongevraagd.
“Geen idee”, beken ik eerlijk.
“Onze nieuwe junior wil een goede indruk maken op zijn baas. Je weet precies hoe dat gaat met die gasten. Omhoog likken en omlaag trappen. Maar ze vergeten wel dat wij het werk doen”.
Rupert stroopt een mouw van zijn overhemd op. “Tot hier”, zegt Rupert terwijl hij met zijn hand de zojuist ontblote elleboog aanduid. “Tot hier zit hij in de reet van zijn baas”, moppert Rupert. Ik knik. Dat zal wel zo zijn als Rupert dat zegt. Rupert ziet dat ik het met hem eens ben. Dat is kennelijk de olie op de brandende waakvlam. Ik zie vuur in de ogen van Rupert.
“Ons het werken onmogelijk maken met onzinnige exercities als het invullen van voortgangs rapportages en werkoverleg en technisch overleg en integratie overleg en al die andere onzin”, klaagt Rupert. De koele Rupert lijkt een beetje van zijn stuk gebracht door zijn intens brandende woede. “En dan lekker bij de baas onder het bureau kruipen!”, schreeuwt Rupert. “Als hij daarna zwarte koffie drinkt dan smaakt het toch romig…. Snap je? Romig! Snap je?”, vraagt Rupert. Hij stoot me bij iedere “Snap je?” aan met zijn elleboog.
“Je bedoelt dat hij een mond vol….”, vraag ik.
“Ja!”, valt Rupert me in rede. Ik trek een vies gezicht.
We lachen samen om de vieze praatjes van Rupert. Malle Rupert is boos en dan krijgt iedereen een veeg uit de pan. Snap je? Veeg uit de pan? Veeg? Ah laat maar, dan. Ik ben nog niet half zo leuk als Rupert. Zeker als hij narrig is. Rupert is okee.
De liftdeuren zwaaien open. We zijn op de juiste verdieping. Rupert en ik verlaten de lift en gaan rechtsaf richting de overmaatse koffieruimte waar de meeting is. De oudere man die bij ons in de lift stond verlaat ook de lift. Hij beent linksaf naar het kantoorgedeelte. De man moet de monoloog van Rupert gehoord hebben maar was in staat gebleken om zijn gezicht in neutrale toestand te houden. Alsof hij niet hoorde wat er allemaal gezegd werd.
We lopen de overmaatse koffieruimte in. Niemand te bekennen. Tenminste. Er zijn wel mensen maar dat zijn mensen die we kennen. Dus daaronder kan zich onmogelijke de nieuwe projectmanager bevinden. Ook een andere genodigde die we al lang kennen is niet te bekennen. “Godverdomme”, schreeuwt Rupert. “Dat zal je net zien. Die klootzak stuurt een uitnodiging en dan komt ie zelf niet opdagen”. Rupert is kwaad. Hij kijkt op zijn horloge. “Wij zijn stipt op tijd!”, constateert Rupert. Rupert is altijd op tijd. Dat komt omdat Rupert altijd zijn eigen tijd hanteert. Maar in dit geval toonde ook mijn horloge overduidelijk aan dat we op tijd waren.
“Wat een slampamper”, moppert Rupert, “die halve debiel kan nog niet eens klok kijken zeker”. Achter Rupert herken ik het mannetje uit de lift, die op dit moment de koffiehoek binnen kwam slenteren. Hij kijkt wat verdwaasd om zich heen. Het lift mannetje ziet hoe Rupert op zijn horloge kijkt.
“Hij kan wel klok kijken”, verbetert Rupert zichzelf.
“Hij heeft geen horloge om. Die is hij kwijt geraakt”, zegt Rupert en duid nog eens met zijn hand op zijn ontblote elleboog. “Tot hier zit hij in de reet van zijn manager en daarbij is hij zijn horloge kwijt geraakt”, grapt Rupert. Rupert kijkt nogmaals op zijn horloge.
Dat Rupert nog eens op zijn horloge kijkt is wonderbaarlijk omdat hij nog geen dertig seconden geleden ook al op zijn horloge gekeken had. Voor Rupert telt iedere seconde.
Het mannetje van de lift stapt op ons af. Hij lijkt verdwaald en wil natuurlijk de weg vragen of zo. Het mannetje, dat in de lift zo stil was, opent zijn mond: “Ik ben Horst Bierbauch. Komen jullie voor de meeting over project Bratwurst?”.
Rupert wordt bleek. Bleek en stil. Ik kijk op mijn horloge en zie hoe stroperig traag de opgerekte seconden voorbij tikken al ware het minuten…
November 23rd, 2007 at 15:03
Klinkt zo bekend