Hoe mensen kunnen veranderen
Hoe mensen kunnen veranderen. Ik moest daar vanochtend aan denken op het parkeerterrein bij de plaatselijke Albert Heijn. Ik duwde de wekelijkse boodschappen, onzorgvuldig opgestapeld in een slecht sturend winkelwagentje, voor me uit op weg naar de auto toen ik een oude bekende tegen het lijf liep. Ik ken hem weliswaar niet bij naam maar ik heb hem vaak gezien in de stad, in het weekend vooral. Kennelijk doen we allebei boodschappen op zaterdag. Hij valt altijd op in de menigte door de vriendelijke glimlach op zijn gezicht in plaats van de sjacherijnige tronies waar de rest van het winkelend publiek zich mee tooit.
De laatste keer dat ik hem zag heb ik zelfs met hem gesproken in het plaatselijke bankfiliaal. Ik was daar naar aanleiding van een brief die ik van het hoofdkantoor ontvangen had. Volgens het schrijven is men namelijk verplicht de identiteit van de klanten vast te stellen en te controleren. Dit alles teneinde het betalingsverkeer in de gaten te kunnen houden. Ik zou een terrorist kunnen zijn die de, als spaarcentjes bedoelde, tegoeden door zou kunnen schuiven naar een slapende terreur-cel. De gevolgen zouden niet te overzien zijn, voor mij niet èn voor de bank niet. Om dergelijke misverstanden te voorkomen zou het raadzaam zijn om me, vergezeld van een wettig en geldig legitimatiebewijs, te melden in een plaatselijk filiaal van deze bancaire instelling.
Daar ik geen terrorist ben en ook niet graag zou zien dat mijn spaarcentjes gebruikt worden om, al dan niet onschuldige, slachtoffers te maken heb ik besloten me meteen te melden. Een hele opgave daar ik me altijd licht ongemakkelijk voel in een bank. Ik heb namelijk geen tot weinig verstand van geld en voel me altijd geïntimideerd door het personeel dat met een air van deskundigheid me altijd zo klein laten voelen. Als een schooljochie dat les krijgt van de leraar. Het ontbeert me overigens ook aan lef. Ik ben te bang om het geld voor me te laten werken. Ik durf mijn geld niet op eigen risico vrij te laten in de economische maalstroom. Ik geef het liever in bruikleen aan de bank in ruil voor een jaarlijkse kleine vergoeding in de vorm van een paar procent rente. Laat de bank mijn geld maar in de maalstroom donderen maar dan wel op haar risico.
Wekelijks bestookt de bank me met aanbiedingen, informatie, overzichten en tips die ik allemaal aan me voorbij laat gaan. Oversluiten van leningen en hypotheken. Nu is het moment, nu beslissen. Beleggen. Nu instappen of toch nog even wachten? Sparen of beleggen? Ben ik wel voldoende verzekerd? Natuurlijk ben ik een dief van mijn eigen portemonnee maar ik heb liever dat ik de dief ben dan een ander.
Omdat ik me altijd zo uit mijn element voel in een bankfiliaal kleed ik me in ieder geval op ieder bezoek. Als je uiterlijk een beetje conformeert dan is er sowieso minder afstand. Zojuist geknipt en geschoren, afgeblust met de duurste after-shave die ik in de kast heb en in pak gestoken stap ik in mijn italiaanse lederen schoenen richting het bankfiliaal. In de weerspiegeling van de winkelruiten die ik passeer krijg ik de bevestiging dat ik er gesoigneerd uitzie deze ochtend. Dressed to kill. Opdat die mensen bij de bank niet denken dat ze een ontwetende arme sloeber over de vloer krijgen.
Aan de balie word ik onthaald of ik er dagelijks kom. Speciaal voor mij wordt de heer Dijkstra gebeld en spoedig komt deze de trap afzeilen alsof het de presentator is van één of ander lullige TV-quiz. Alsof mijnheer Dijkstra en ik oude gabbers zijn word ik bijkans omhelsd door deze compleet vreemde. Vriendelijk beleefdheden uitwisseld beland ik ergens in een spreekkamertje met meneer Dijkstra en twee dampende bekers koffie. Eenmaal gezeten poneert mijnheer Dijkstra meteen de hamvraag: “Wat brengt ons hier?”
Ik haal papieren uit mijn tas. De brief van het hoofdkantoor, de oproep om te voldoen aan de meldingsplicht, mijn legitimatie. Mijn rekeningafschriften. Alle correspondentie tussen mij en de bank van de afgelopen zes maanden. Daar moet eerlijkheidshalve wel bij vermeld worden dat de bank aanzienlijk meer met mij correspondeert dan ik met de bank. Misschien dat de heer Dijkstra me daar ook nog even over wil onderhouden. “De liefde kan, uiteraard, niet van één kant komen”, zou meneer Dijkstra uitleggen terwijl hij streng met priemende ogen over zijn leesbril naar me kijkt. Ik zou op z’n minst een kaartje kunnen sturen als ik met vakantie ben bedenk ik me ineens.
De deur van de spreekkamer wordt geopend. “Mijnheer Dijkstra”, spreekt de vrouw in de deuropening, “telefoon over de zaak Wieringa”. Mijnheer Dijkstra oogt geschrokken. Hij excuseert zich met de mededeling dat ik maar even op hem moet wachten hier in het kantoortje en dat hij zo terug is.
Ik heb nu al drie keer alle dagen van de maand geteld op de kalender. Ik heb beide, op tafel slingerende, paperclips verbogen tot hondjes. Er is verder niets te doen en ik ijsbeer wat door het kantoortje. Het angstige vermoeden dat de heer Dijkstra me volledig vergeten is bekruipt me alsof ik in drijfzand weg zak. Ik besluit het kantoortje onopvallend te verlaten. Ik open de deur, stap naar buiten, kijk schichtig om me heen en sluit vervolgens zachtjes de deur achter me. Ik vermoed dat niemand me gezien heeft maar op dat moment stapt een man op me af. “Mag ik u wat vragen?”, vraagt de vriendelijk ogende man. Dit is die man die ik al vaker op straat gezien heb. Hij heeft altijd een glimlach op het gezicht als hij zich over straat begeeft. Hij valt op door het enorme contrast met de sjacherijnige koppen van de mensen om hem heen.
Ik voel mee met de man alsof ik in de spiegel kijk. Niet dat we uiterlijk op elkaar lijken. Integendeel. Hij heeft geblondeerd haar en een ring door één van zijn oren. Ik schat hem ongeveer dertig jaar oud. De gelijkenis zit meer in zijn houding waaraan ik kan zien dat hij zich ook niet op zijn gemak voelt hier.
“Wat zou ik het beste kunnen doen?”, vraagt de man bijna samenzweerderig. Hij heeft zich de oren van het hoofd laten praten met financieel advies en onoverzichtelijke constructies maar heeft geen idee wat hij nu moet doen. Het is eigenlijk heel verstandig van die man om ook eens met een andere gewone sterveling te overleggen wat je daar nu mee aan moet. Voor financiële experts is alles vaak gesneden koek maar voor niet-ingewijden is het anders. “Het ligt eraan wat u wilt precies wilt en in welke omstandigheden u verkeert”, antwoord ik met een stem alsof ik weet waar ik het over heb. Het is een veilig antwoord. Hangt niet bijna alles af van de omstandigheden?
“Laten we even in het kantoortje praten”, fluistert de man. Dat is een goed plan. We gaan met z’n tweeën het kamertje binnen. De man is op mijn stoel gaan zitten en bekijkt de van paperclips gebogen hondjes. Ik ga op de plek tegenover hem zitten. “Wat is uw probleem, mijnheer?”, vraag ik beleefd.
“Ziet u, ik schiet niets op. Al mijn vrienden kopen nieuwe auto’s en één heeft zelfs een boot gekocht. Ik gun het ze van harte hoor maar sinds ik mijn appartement gekocht heb is er geen enkele ruimte meer voor andere zaken terwijl mijn vrienden erop los leven. Ik zoek ook iets meer lucht”, bekent de man alsof het een schande is.
“Dan zult u wat meer risico moeten nemen in het leven”, zeg ik de man omdat ik dat eens op TV heb horen zeggen.
“Wat u kunt doen is in ieder geval uw hypotheek oversluiten tegen een lagere rente. Op TV zijn er alsmaar van die spotjes van kredietverstrekkers die tegen gunstige condities uw hypotheek oversluiten. Dan heeft u maandelijks wat meer over. En daarnaast is er natuurlijk beleggen. Kent u dat?”
“Ja, beleggen doen mijn vrienden ook maar ik weet niet of dat wel voor mij is. Dat gegok op beurskoersen is mij toch te riskant”
“Ja maar dan zult u dus nooit eens lekker kunnen leven. Als u uw leven laat beheersen door angst dan kunt u niet eens uw appartement meer uit. Maar u kunt ook minder risico lopen. Bijvoorbeeld als u tegen een gegarandeerd rendement belegt. Op dit moment is Dubai helemaal hot. Alle nouveaux-riche hebben op z’n minst één woning in Dubai. En er zijn beleggingfondsen waar u gewoon een gegarandeerd rendement kunt pakken. U kunt zo 9% rendement pakken. Ligt gewoon op u te wachten. U moet echter wel een aardig startkapitaal hebben.”
“Ja, maar hoe kom ik aan het startkapitaal om te beleggen dan?”
Dat is een goede vraag. Hoe kom je aan een som geld om te beleggen als je geen spaargeld hebt?
“Ik heb een idee. Doordat u uw hypotheek gaat oversluiten tegen veel betere condities komt er maandelijks geld vrij. U zou jaren moeten sparen om met dat geld een kapitaaltje op te bouwen waarmee u kunt beginnen te beleggen. Dan mist u dus jaren rendement. Maar… en nu komt het… wat als u dat maandelijks vrijgekomen geld nu eens gebruikt om een lening af te lossen?”
Ik kijk de man redelijk triomfantelijk aan. Dat had ik toch mooi bedacht. Nu een grote som geld lenen met de financiële ruimte die vrijkomt na oversluiten van de hypotheek.
“Ja maar…”, de man denkt diep na, “… dus mijn hypotheek gaat gewoon door, ik krijg extra ruimte waarmee ik geld leen tegen een lagere rente dan het rendement dat ik krijg uit de belegging van dezelfde som geld?”
“Precies!”, zeg ik.
“Maar… waarom doet niet iedereen dat dan? Dat is toch slapend rijk worden?”, vraagt de man argwanend.
“Omdat niet iedereen verstand heeft van centjes!”, stel ik met een zelfverzekerheid waarvan ik niet wist dat ik die in mij had, “geld maakt geld, ziet u, dat gaat vanzelf”.
“Als je zelfs meerdere leningen op hetzelfde moment aanvraagt bij verschillende instanties dan overlappen de controles en worden alle leningen toegewezen”, lach ik.
De man pakt mijn hand vast en schud deze. “Dank u wel voor dit advies”, zegt de man, “Ik denk er nog even over na maar ik denk dat ik er wel uit ben. Ik ben niet voor niets naar de bank gekomen.”
“Ik wel”, grap ik omdat mijnheer Dijkstra in nog geen velden of wegen te bekennen is.
De man lacht hardop mee en knijpt zijn ogen dicht. Hij maakt een gebaar in mijn richting dat ik op moet houden omdat hij anders niet meer bijkomt. Het is een innemende man.
“Ik wens u het allerbeste hoor”, zeg ik als ik de man het kamertje uit laat. Net als we naar buiten lopen komt mijnheer Dijkstra op me af.
“Heeft u nog een moment”, vraagt Dijkstra in voorbij gaan.
“Tuurlijk”, zeg ik, “ik ben in het kantoortje”, roep ik hem na. De vriendelijke meneer zegt “nou, u bent er maar druk mee, ik zal u niet langer ophouden, nogmaals bedankt en succes met de volgende klant”. Dan verlaat hij het pand. Ik kijk hem na en ga daarna het kantoortje weer binnen. “Succes met de volgende klant”, herhaal ik de woorden van de zojuist vertrokken man. Een lichte trots maakt zich van mij meester als ik me besef dat de beste man in de veronderstelling verkeert dat ik een bankmedewerker ben. En waarom ook niet? Ik heb een strak kostuum, glimmende schoenen en ik heb hem een uitstekend advies gegeven. Ik pak een van een paperclip gebogen hondje van tafel en verbuig het zodanig dat het nu meer wegheeft van een abstract kunstwerk. Het geeft een goed gevoel dat je iemand hebt kunnen helpen door alleen maar even met iemand mee te denken. Nog even en die knaap koopt en een nieuwe auto èn een nieuwe boot.
Meneer Dijkstra komt even later het kantoortje binnen. “Hoe is het met de zaak Wieringa?”, vraag ik om niet als een onwetende schlemiel uit de hoek te komen. Meneer Dijkstra kijkt me zwijgend aan over de rand van de bril. Na een paar seconden en zonder een woord duikt hij in de formulieren die ik eerder al tevoorschijn heb gehaald. Te beginnen met de meldingsoproep die de bank me gestuurd heeft.
“U komt alleen even om uw identiteit vast te stellen?”, vraagt meneer Dijkstra terwijl hij vol ongeloof met zijn handen draaiende gebaartjes maakt over alle documenten die ik op tafel uitgespreid heb. Uit de binnenzak van mijn colbert haal ik nog een jeugdspaarboekje dat ik er nog vlug even bij leg.
Meneer Dijkstra pakt mijn legitimatiebewijs van tafel en de brief met de oproep tot melden. “Een momentje, ik ben zo terug”. Meneer Dijkstra is snel weer terug. “Zo”, zegt hij, “het is alweer geregeld hoor. Vriendelijk bedankt voor uw komst”. Meneer Dijkstra staat in de deuropening als hij de brief en mijn legitimatie op tafel gooit. “U vindt de uitgang wel he?”, zegt meneer Dijkstra en beent weg zonder een antwoord af te wachten.
Maar goed, die knaap, die met die glimlach. Ik had hem al zeker twee maanden niet gezien nadat ik hem bij de bank gesproken heb. Ik zag hem staan buiten bij de supermarkt toen ik met een kar vol boodschappen naar buiten kwam. Ik herken hem in eerste instantie niet eens. Zijn geblondeerde haar is uitgelopen zodat alleen de bovenste piekjes nog blond zijn. De rest is donkerblond. Hij heeft een slordige vlassige baard en snor. Hij ziet er eigenlijk, in één woord, onverzorgd uit. Vieze kleding met gaten. Afgetrapte gympies. Van de hem zo kenmerkende glimlach is geen spoor meer te bekennen. Ik stop vlak voor hem en kijk in zijn ogen. De pretlichtjes die je altijd in zijn ogen kon zien zijn verdwenen. “Hoe is het met jou, dan?”, vraag ik ‘m.
Hij kijkt me aan met een verwilderde blik in zijn ogen. In eerste instantie lijkt het erop alsof hij me helemaal niet herkent. Hij mompelt iets onverstaanbaars met een dubbele tong. Hij heeft kennelijk deze ochtend al meer op dan goed voor hem is. Dan kijkt hij me aan en ik zie zowaar wat leven in zijn ogen, een beetje vuur. Wat er dan gebeurt is met geen pen te beschrijven. Hij begint ineens te tieren en te schreeuwen. Allemaal onverstaanbare klanken. Het lijkt erop alsof hij me wil aanvliegen. Daarbij valt een hele stapel daklozenkranten van zijn linkerarm waardoor hij de aanval moet staken en zich over zijn over straat waaiende kranten ontfermt. “Jij.. viesszzzeee.. vuiwle…”, hij blijft schreeuwen en tieren. Ik besluit door te lopen en duw de winkelwagen voor me uit. De kwade man probeert zijn krantjes bij elkaar te rapen terwijl de wind een gemeen spel met hem speelt.
Ik ben vergeten te vragen of hij nog wat aan mijn financiële advies gehad heeft maar ik besluit niet terug te gaan. Die ondankbare dronkelap zou toch weer gaan schreeuwen alsof ik een willekeurige voorbijganger zou zijn. Hoe mensen kunnen veranderen.
January 28th, 2008 at 10:18
Ach, als het wel goed was gegaan, had die mijnheer mega-winsten gemaakt. Dat is het risico he, dus niet zeuren.
Trouwens: “De gevolgen zouden niet te overzien zijn, voor mijn niet èn voor de bank niet.” Mijn? Ga je steenkool opgraven?
January 28th, 2008 at 11:14
En nu heb ik het zelfs nagelezen voordat ik op ‘publish’ klikte
Bedankt voor de verbetering.
January 28th, 2008 at 16:17
Haha, goed verhaal. Misschien een ideetje om eens iets te schrijven over de zaak Wieringa? Ik ben nu wel erg benieuwd. Meneer Dijkstra keek wel heel errug verschrikt heb ik uit dit verhaal mogen begrijpen… Is dat soms een of andere bankmedewerker die illegaal met bankgelden heeft gehandeld en daarmee 5 miljard is kwijtgeraakt?
January 28th, 2008 at 21:57
Het spijt me ten zeerste maar in dit stadium van de affaire mag er geen woord over de Wieringa-affaire naar buiten gebracht worden. De Wieringa-affaire zal in een later stadium uitvoerig toegelicht worden nadat de gerechtelijke procedures doorlopen zijn tot aan de hoge raad en er geen beroepsmogelijkheden meer zijn.