Een dagje weg…

Het gebeurt eigenlijk nooit dat we er samen, of met onze drie kinderen, een dagje op uit trekken. Ik kon me de laatste keer niet eens herinneren toen ze het vanmorgen voorstelde aan de zaterdagse ontbijttafel. Ik kwam wel eens met een idee voor een uitje maar dan had ze nooit zin. Noch tijd. Noch gelegenheid. Dus dat leer je snel af.
“Samen?”, vraag ik verbaasd.
“Ja. Samen. De kinderen gaan een dagje naar opa en oma.”
“maar waar gaan we heen dan?”
“Dat is nog een verrassing”, zegt ze met fonkelende ogen. Die blik heb ik ook al in geen jaren meer gezien. Ze lijkt nu sprekend op het ondeugende meisje waarmee ik twaalf jaar geleden in het huwelijk trad. Dit wordt een bijzondere dag, dat weet ik nu al…

Ik mag niet weten waar we heen gaan maar aangezien ik rijd moet ik toch iets weten. Geef me op z’n minst een plaatsnaam. We gaan richting Utrecht. Dat is ruim een uur rijden. Normaal zitten we naast elkaar in de auto en kijken strak voor ons uit. We hebben elkaar niet zoveel meer te vertellen. Vandaag is het anders. Lisette kijkt me regelmatig aan tijdens de rit. Als ik even mijn aandacht niet bij de weg hoef te houden kijk ik vluchtig opzij naar haar. Ze beloont mijn kijken met een glimlach. Ze praat over haar vriendin Karin en dier echtgenoot Querijn en dat het niet zo lekker gaat tussen ze. Er is sprake van een scheiding. Ik luister met een half oor maar doe of ik erg geïnteresseerd ben. Ze gaan misschien uit elkaar. “Boeien”, denk ik, “had ze maar niet met Querijn moeten trouwen… Querijn lullepijn”

Na haar verhaal zet Lisette de radio aan en zoekt een zender met lichte muziek. Dat doet ze anders nooit. Ik kijk haar aan terwijl ze een zender zoekt. “Leuk toch?”, zegt ze zonder me aan te kijken. Ik wist niet eens dat zij weet hoe de autoradio werkt. Zolang ze het naar haar zin heeft vind ik het prima. De eerste afslag Utrecht nadert. “Moet ik er hier al af?”, vraag ik om niet de boot te missen. “Nee”, zegt ze kort. We blijven op de snelweg.

“Hier! Hier!”, roept Lisette plotseling. Ik kan nog net op tijd mijn auto de afrit op drukken. Een actie die beloond wordt met luid claxoneren door de automobilist achter me op de uitvoegstrook. “Laat hem maar”, zegt Lisette koel. Hoe is het mogelijk? Normaal zou ze me de botten volschelden als ik zo bruusk zou rijden. Lisette lijkt steeds meer op het meisje dat ik zo lang geleden heb leren kennen. Ze heeft de hele weg ook al niet gezeurd en gezeverd. Wat is er met haar?

Lisette verklapt welke bordjes ik moet volgen en niet veel later rijden we het enorme parkeerterrein op. We zoeken een plaatsje. Dat gaat normaal gepaard met veel aanwijzingen van Lisette en de bijkomende ergernissen en geschreeuw als ik de aanwijzingen niet kan opvolgen. Niets van dat al. Ze laat me gewoon een plaatsje zoeken en bemoeit zich nergens mee. Het is geweldig. Zo zou het altijd moeten zijn.

We lopen samen naar de ingang van de jaarbeurs ik kijk om me heen op zoek naar aanplakbiljetten of posters die verklappen waar we heen gaan. Als ik te opzichtig om me heen kijk grijpt Lisette in. “Niet spieken. Gewoon meelopen en alleen voor je kijken om te zien waar je loopt”, zegt ze terwijl ze een ruk aan mijn arm geeft. Eenmaal binnen zijn we snel langs de kassa en betreden we de vloer van deze beurs. Links en rechts staan standjes bemant door mannen en vrouwen in formele kleding. Het uiterlijk van de stands verraadt helemaal niets over waar we zijn. Ik heb nog steeds geen flauw benul waar ik ben.

Ik sla mijn arm om Lisette heen. “Lieverd, ik heb nu al een geweldige dag”, fluister ik in haar oor en ik kus haar. Lisette reageert een beetje geschrokken. Ik kus haar gewoon waar iedereen bij is. Dat doe ik normaal nooit maar nu kan het me niets schelen. Ik omarm haar en geef haar een lekkere stevige knuffel. Ze is de hele dag al zo ‘anders’, zo zoals ze vroeger was. Het geeft me zo’n gelukkig gevoel.

We slenteren langs de eerste standjes en al snel wordt duidelijk waar we zijn. Het is een echtscheidingsbeurs. Een beurs waar je informatie kunt krijgen over alle aspecten van het beëindigen van een huwelijk. Er zijn ook mediators aanwezig die helpen bij bemiddeling en die zelfs een voorgenomen echtscheiding kunnen voorkomen mits beide partijen zich daarvoor willen inzetten. Ik bewonder Lisette. Ze doet dit voor Karin. Karin en Querijn liggen overhoop en zij probeert haar vriendin te helpen door hier informatie voor haar in te winnen. Ik snap wel dat Karin en Querijn geen zin hebben om samen naar zo’n beurs te gaan. Of ieder apart, stel je voor.

Het verklaart ook waarom ze me niet vooraf wilde vertellen waar we heen gingen omdat ik anders nooit meegegaan zou zijn. Deze beurs is niets voor mij en dat weet Lisette. Ik zou ook niet meegegaan zijn. Ik neem me voor om daar vandaag niets van te laten merken. Ik ga me gedragen alsof ik zelf met het voorstel gekomen was om naar de echtscheidingbeurs te gaan. Een beetje interesse tonen in haar vriendenkring kan ook geen kwaad. Ik vind Querijn weliswaar een lul maar het is wel sneu dat hun relatie op de klippen loopt. Het is maar goed dat ze geen kinderen hebben. Of zouden de problemen juist zijn onstaan omdat ze geen kinderen hebben? Ik laat het gaan.

Lisette spreekt met een standhouder. Het is een jurist gespecialiseerd in het afwikkelen van echtscheidingen. De man weet waar hij het over heeft. Hij vertelt over de verschillende zaken die geregeld moeten worden. Vooral als een relatie niet vriendschappelijk beëindigd wordt is het erg lastig om alles rond te krijgen. Voor de afwikkeling is veel samenwerking nodig tussen de partners. Ik hoor een boel zaken waar ik eigenlijk nooit bij stil gestaan heb. Als ik het zo aanhoor is een echtscheiding an sich al een drama. Je relatie moet wel heel beroerd zijn als je bereidt bent om de weg te bewandelen om het te beëindigen.

Lisette rond het gesprek met de jurist af en neemt wat folders aan van de man. De volgende stand is van een mediator. Een buitenlands woord voor bemiddelaar. “Is dit nog interessant?”, vraag ik Lisette. “Nah”, zegt ze, “dat is reeds een gepasseerd station”. Lisette beent voorbij aan de stand van de mediator. Arme Karin en Querijn, bemiddeling is al niet meer mogelijk. Het lijkt serieuzer te zijn dan ik aanvankelijk dacht. Het is Karin menis.

We lopen van de ene stand naar de andere stand. We komen een stand tegen waar je een relatiepolis kunt afsluiten. Ieder jaar kun je dan bij een coach in een gesprek aangeven wat er wel en wat er niet goed is gegaan in je relatie. Op basis daarvan wordt een plan gemaakt voor het jaar erna. Een soort jaarlijkse relatiekeuring. Wat een ongelovelijke onzin. Er zijn stands met ansichtkaarten die je kunt sturen om een scheiding aan te kondigen bij de partner. Ook zijn er kaarten om vrienden en kennisen op de hoogte te stellen van de breuk. Daarmee voorkom je dat ze informeren naar je partner of de groeten aan je partner laten overbrengen. Het gemak dient de mens.

De dag gaat snel. Bezakt en bepakt met tassen vol informatie, folders en relatiegeschenken zwalken we, in het donker, naar de auto. Karin heeft een goede vriendin aan Lisette. Ze heeft zoveel informatie ingewonnen en ongemakkelijke vragen gesteld om Karin te helpen. Het is in één woord geweldig. Het lijkt of ik het vergeten ben maar nu realiseer ik me weer hoe lief Lisette èigenlijk is.

Lisette zet de tassen bij haar voetenruimte om in de auto nog wat folders in te kijken. Ik start de auto en stuur terug naar huis. Het is druk in de stad. Onder het zwakke schijnsel van de cabineverlichting bladert Lisette in de foldertjes. Het duurt even maar eenmaal op de snelweg gaat de auto op de cruise-control. Honderdveertig kilometer per uur is een mooie kruissnelheid. Lisette begint een gesprek.
“Ik vind dat je er erg goed op gereageerd hebt”, zegt Lisette complimenteus.
“Ik vond het interessanter dan ik vooraf gedacht zou hebben”, beken ik, “als ik het vooraf geweten zou hebben was ik waarschijnlijk niet eens meegegaan”.
“Maar… wat vind je ervan?”, wil ze weten.
“Ik vind het sneu voor Karin en Querijn”, zeg ik vol medeleven.
“Karin en Querijn? Wat hebben die er nou weer mee te maken?”, vraagt Lisette verbaasd.
Ik heb kennelijk de vraag helemaal verkeerd begrepen maar als ik terug denk aan wat ze gezegd heeft kan ik er ook zo snel niets anders van maken.
“Ik bedoel dat ik het geweldig vind dat je Karin en Querijn probeert te helpen door voor hen informatie in te winnen op deze echtscheidingsbeurs”, probeer ik nog eens.
Lisette zwijgt. Ze schuift ongemakkelijk op haar stoel heen en weer en kijkt strak door het voorruit naar buiten.
Ik stuur naar de linkerrijbaan om een auto in te halen.
“Vandaag was niet voor Karin of Querijn. Het is voor ons. Ons huwelijk. Ik ga bij je weg!”, verzucht Lisette opgelucht. Het hoge woord is eruit.
Ik schrik. Ik kijk haar aan. Ze heeft haar ogen neergeslagen. De onheilstijding slaat in als een bom. Dit heb ik niet zien aankomen net zo min als de linkervangrail die onze auto met gierende banden laat ronddraaien. We raken een andere auto en slaan meerdere keren over de kop.

Lisette wordt bijgezet in het familiegraf van haar ouders in Dinkeloort. Ik lig in mijn geboortegrond in Wijerveen. Gescheiden begraven. We laten drie jonge kinderen achter…

Tags: , , , , ,

4 Responses to “Een dagje weg…”

  1. Sander Says:

    Maar wel een lekker weekeind gehad?

  2. Pieneke Kaas Says:

    Ik vind de gedachte achter dit verhaal wel leuk, maar het einde echt hélemaal niks. Die laatste allinea kan wat mij betreft weg. En die laatste zin zeker.

  3. Eddie Says:

    Ik vind de gedachte achter dit verhaal wel leuk, maar het einde echt hélemaal niks. Die laatste allinea kan wat mij betreft weg. En die laatste zin zeker.

    Ha Pien!
    Die laatste alinea is om aan te geven dat ze alsnog gescheiden zijn door de nabestaanden en dat de (jonge) kinderen daar niets mee te maken hebben. Een kleine verdieping over hoe de schoonfamilie(s) over de partner(s) dachten en over de relatie.
    Maar het is een rare laatste alinea, dat geef ik toe. Ik wilde de deur hard dichtsmijten met de vinger er nog tussen. Dat gevoel. RAAR. Het is ook raar dat iemand in ‘ik’ vorm kan vertellen waar hij begraven is… Wat is dàt dan? RAAARRRRRRR

  4. Eddie Says:

    Maar wel een lekker weekeind gehad?

    Het was een geweldig weekend met woest-mooi weer!
    Lekker buiten, lekker weg…

Leave a Reply