Op een dag weg…

Het vorige verhaal “Een dagje weg” heeft nogal wat commotie en opschudding veroorzaakt. De hele dag stond er een woedende menigte op mijn stoep die niet zou vertrekken voordat ik òf op de brandstapel zou belanden òf een ander einde voor dat verhaal zou verzinnen. Ik ben gezwicht voor de terreur van de straat toen men letterlijk door de ramen naar binnen kwam. Ik woon negen hoog, nog-es-an-toe-zeg. Ik heb de muitende meute tot rust kunnen manen met een vervolg op “Een dagje weg” met de toepasselijke naam “Op een dag weg”. Pieneke kan zich gelukkig prijzen daar dit verhaal een heel andere afloop van “Een dagje weg” impliceert… En geen doden dit keer, het enige dat in dit verhaal dood gaat is een lijntje. Zo ziet u maar: brandende toortsen, bedreiging, intimidatie, comments plaatsen en een woedende menigte op de been brengen loont. En zo hóórt het ook…

Het voelde voor Karin als een bevrijding dat ze nu eindelijk, na jaren, de moed bijeen geraapt had en recht in het gezicht van Querijn heeft durven zeggen dat ze het huwelijk wil beëindigen. Nu, na ruim negen jaar samen geweest te zijn, wil ze weg. Moet ze weg. Het gaat zo niet langer. Ze heeft jaren geprobeerd om er het beste van te maken maar het is niet gelukt. Ze is op. De kracht en de wil om door te gaan zijn verdwenen. Niet dat er een ander is, helemaal niet. Je kunt zeggen van Karin wat je wilt maar trouw is ze wel. Als je haar iets zou willen verwijten dan zou het moeten zijn dat ze er pas nu met Querijn over praat.

Querijn zat roerloos en zonder een woord te zeggen op de bank toen Karin haar verhaal deed. Niet onaangedaan, dat zeker niet. Je zag zijn mond af en toe trillen of hij ieder moment in huilen kon uitbarsten. Hij bleef er wel rustig onder. Karin had verwacht dat hij -op z’n minst- boos zou worden, maar dat deed Querijn niet. Hij luisterde aandachtig en liet Karin uitspreken. Helemaal. Totdat ze haar hart volledig gelucht had.

Querijn zit voorovergeleund in de bank. Met zijn ellebogen op zijn knieën verstopt hij zijn hoofd tussen zijn armen. Karin wist niet goed wat ze hiermee aan moest. Wel als hij kwaad geworden zou zijn, daar kan ze goed mee overweg maar dit… Karin gaat naast Querijn op de bank zitten. Ze slaat een arm om hem heen en zegt “het spijt me, maar zo gaat het niet verder”. Querijn wrikt zich los uit de omarming en staat op. Hij maakt een raar geluid. Karin weet niet of hij nou liep te snotteren of te lachen. Het leek er een beetje tussenin te zitten. Querijn ploft een stukje verder neer in een fauteuil. Karin zucht.

“Zal ik maar naar mijn moeder gaan?”, vraagt ze. Dat was ze niet echt van plan maar ze wilde zien hoe Querijn hierop zou reageren. Hij kijkt haar aan.
“Ik kan niet in dit huis slapen…”, snottert Querijn, “…temidden van alle dierbare herinneringen…”
Karin kijkt hem vol ongeloof aan. Ze wist niet dat Querijn überhaupt zoveel gevoel in zich had laat staan dat hij het uit zou spreken. Hij had er toch duidelijk meer moeite mee dan ze gedacht had.
“Ik heb altijd nog een plek bij mijn moeder waar ik heen kan. Waar moet jij heen?”, vraagt Karin pragmatisch. Dat was een goede. Daar had Querijn geen antwoord op. Hij staat op en loopt naar de deur van de kamer.
“Ik ga vanavond wel bij Remco slapen”, oppert Querijn. Remco en hij zijn al héél lang vrienden en staan altijd voor elkaar klaar. Karin vindt het maar niets.
“Je kunt wel een nachtje maar toch niet voor langere tijd bij Remco intrekken?”, vraagt ze verontwaardigd.
“Waarom niet?”, vraagt Querijn met zijn gebruikelijke kortzichtigheid.
Karin zucht diep.
“Okeee, dan ga je toch naar Remco. Zou je ‘m niet eerst even bellen?”, oppert Karin.
“Da’s niet nodig, hoor, èchte vrienden staan àltijd voor elkaar klaar”. Querijn deed zijn best om er een sneer van te maken maar aangezien Karin hier niet op reageert is het waarschijnlijk niet als zodanig overgekomen.

Querijn trekt in de gang zijn jas aan en wil naar buiten stappen. Hij roept nog even kort “doei” naar Karin die op weg is naar de gang. “Moet je niet wat spullen mee? Kleding, toilettas?”, vraagt Karin. Querijn haalt zijn schouders op.
“Ik denk dat ik wel wat van Remco kan lenen”.
In iedere andere situatie zou Karin zich nu enorm opwinden en er op staan dat hij wat spullen in een koffer zou doen maar ze laat het maar gaan. Karin heeft hier helemaal geen zin in. Als Querijn zo kortzichtig wil zijn dan doet hij zijn best maar… Querijn stapt naar buiten en de deur slaat dicht. Karin loopt terug de woonkamer in en gaat op de bank zitten.

Ze haalt diep adem en laat alles los in een langgerekte zucht. Dan pakt ze de handset van tafel en belt haar beste vriendin.
“Hi Karin, met Lisette. Leuk dat je belt. Hoe is ‘t? We zitten nog in de auto. We zijn naar de jaarbeurs in Utrecht geweest. We zijn nu bijna thuis maar we zaten even flink vast op de snelweg. Vlak voor ons was iemand in de linkervangrail gedoken en over de kop geslagen. We zagen het allemaal gebeuren, eng hoor. We konden ruim op tijd remmen maar ja… wel meteen een file, natuurlijk… maar ja. Dan denk je ook. Stel dat we iets eerder waren geweest…”
“Ja. Ja. Dat is ook wat…”, zegt Karin en slaakt een diepe zucht.
“Wat is er met jou dan? Je reageert zo raar. Is er iets?”, wil Lisette weten.
“Ik heb Querijn vandaag gezegd dat ik wil scheiden”, vertelt Lisette.
“Wat? Vandaag? Zomaar ineens zonder voorbereiding?”, vraagt Lisette verbaasd, “Dat is bot. Hoe reageerde hij erop? Hij zal wel kwaad geworden zijn?”
“Nee, eigenlijk heel goed. Querijn is natuurlijk wel teleurgesteld. Hij is weg gegaan en gaat bij Remco slapen vannacht”
“Bij Remco? Zijn beste vriend, toch? Kan hij daar zolang terecht dan? Een scheiding kan wel even duren hebben we vandaag geleerd.”
“Hij heeft niet eens een tandenborstel of kleding mee. Is dat niet raar?”
“Tsss, meen je dat nou? Querijn is toch wel een rare. Hoe denkt hij dat nou allemaal te gaan doen?”
“Het is typisch Querijn. Allemaal ondoordacht en kortzichtig. Hoe is het mogelijk he?”
“Nou, het begint weer lekker… Heb je al gegeten?”, vraagt Lisette, “Wij moeten ook nog eten. Anders rijden we even langs de chinees en komen dan naar je toe. Wil je iets bijzonders?”.
“Nee, ik heb nog niet gegeten dus kom maar langs…”, zegt Karin, “ik lust wel peking eend met nasi.”
“Okee, we komen er zo aan, tot straks.”
“Ok. Tot zo.”

Karin legt wat bestek op tafel. Niet lang erna bellen Lisette en haar man, Egbert, aan. Binnen no-time zitten ze met z’n drieën aan tafel. Het gesprek aan tafel is natuurlijk de kwestie tussen Karin en Querijn maar ook de echtscheidingsbeurs die Lisette en Egbert bezocht hebben. Karin overhandigt de tas met folders. “Als je ermee klaar bent wil ik ze terug hoor. Kan altijd nog van pas komen”, grapt Lisette.
“Wat lief dat jullie al die informatie voor ons verzameld hebben”, zegt Karin dankbaar.
Lisette en Egbert ruimen de tafel af en wassen even snel de bordjes, glazen en het bestek af. Een half uur later wordt de koffie geserveerd aan de salontafel.

“Ik heb een jurist gesproken die gespecialiseerd is in echtscheidingen. Hij vertelde dat er wel maanden overheen gaan voordat alles naar tevredenheid geregeld is. Vooral als er kinderen zijn wordt het lastig qua omgangsregeling enzo. Daar hebben jij en Querijn gelukkig geen last van.”, verhaalt Lisette.
“Ja, maar ik denk dat Querijn het ook nog flink weet te rekken hoor”, zegt Karin, “en daar heb ik geen zin in. De knoop is doorgehakt. Laten we het dan ook zo snel mogelijk afhandelen.”
“Ja, dat zou inderdaad het beste zijn. Misschien moeten jullie maar zo snel mogelijk een afspraak maken. Je moet ‘m vanaf nu continue achter zijn broek aan zitten totdat het rond is. Querijn denkt natuurlijk dat je alleen wat tijd nodig hebt en dat je dan wel tot inkeer komt. Hij zal proberen om alles te rekken. Dat mag je niet laten gebeuren als je er zeker van bent dat je de relatie wilt beëindigen.”, weet Karin.
“Ja, ja. Dat is makkelijk gezegd. Ik weet niet of dat wel gaat werken…”, sputtert Karin tegen.
“Tuurlijk, je moet zeuren. Geen moment rust gunnen. Sterker nog: waarom bel je ‘m nu niet. Dan zeg je dat hij maandagmiddag vrij moet houden. Dan kun je maandagochtend een afspraak regelen.”, klinkt Lisette vastberaden.

Karin moet glimlachen als Lisette de suggestie doet om te bellen. Ze vindt het ergens wel leuk om te doen. Gewoon om te kijken of Querijn haar al mist. Misschien smeekt hij wel of hij terug mag keren. Niet dat Karin daarop uit is. Zeker niet. Maar het zou haar ego wel goed doen. En het is een mooi verhaal tegenover haar vriendinnen. Er zijn natuurlijk geen winnaars bij een scheiding maar als er dan toch één aangewezen moet worden dan zou Karin toch wel graag hebben dat zij dat is. En als Querijn zou smeken om terug te mogen komen dan zou het meteen duidelijk zijn wie de winnaar is. Karin giechelt als ze de handset pakt. Karin nestelt zich in de bank naast haar Edgar. Karin selecteert het nummer van Remco. “Op de speaker”, gebiedt Lisette. Karin zet de handset op de salontafel. Even later komt de verbinding tot stand.

“Met Remco”, klinkt het luid maar hol.
“Hallo Remco, met Karin… mag ik Querijn even privé spreken?”
“Querijn?”, het is even stil aan de andere kant, “Querijn is hier niet. Vandaag niet geweest ook, trouwens.”, zegt Remco.
“Oh”, zegt Karin enigszins uit het lood geslagen, “hij zei dat hij naar jou toe zou gaan.”
“Nou, ik heb hem vandaag niet gezien hoor… Misschien heeft hij zich bedacht?”, zegt Remco.
“Nou, ja, dat lijkt me raar maar eerlijk gezegd zou het wel kunnen. Hij is nogal plotseling vertrokken.”, zegt Karin.
“Ik kan wel een paar andere vrienden bellen om te kijken of hij daar uithangt… zal ik dat even doen? Bel ik je zo even terug.”, biedt Remco aan.
“Nee, nee. Laat maar”, interrumpeert Karin, “Eerlijk gezegd maakt het me ook niet zo heel veel uit waar hij uithangt”, zegt Karin. Lisette steekt een duimpje op.
“Hoe bedoel je dat?”, vraagt Remco verbaasd.
“Nou, voordat je het hoort uit het geruchtencircuit: de bom is gebarsten. Querijn en ik gaan scheiden.”, zegt Karin.
Het is even stil aan de andere kant van de lijn.
“Zo! Dus hij heeft het eindelijk verteld? Dat werd tijd ook. Ik zei het van het begin af aan, hoor, dat hij het gewoon moest vertellen. De problemen zouden alleen maar groter worden. Hoe lang is het nu al aan de gang? Vier jaar? Nee, ruim vijf jaar is hij al met die trut. Karin, ik vind dit heel erg voor je. Weet dat ik vanaf het moment dat ik erachter ben gekomen ik meteen tegen Querijn gezegd heb dat hij open kaart met je moet spelen. Ik ben blij dat hij het nu eindelijk verteld heeft. Het zal niet makkelijk zijn voor je maar beter zo dan dat het spel nog jaren door zou gaan. Wist je dat die trut een caravan huurt? Daar kunnen ze het hele jaar terecht en daar hangt ook kleding van hem. Ik denk dat hij daar nu zit. Waarschijnlijk te wachten tot zijn liefje komt. Ik snap overigens niet wat hij in die trut van een Lisette ziet hoor. Ze mag dan jouw beste vriendin zijn maar het is gewoon een hooghartige, verwende en verwaande trut! … Karin?… Karin?…”
De lijn is dood.

Tags:

One Response to “Op een dag weg…”

  1. Sander Says:

    Ik ruik een bloederig vervolgverhaal……

Leave a Reply