Huishoudbeurs
Vanuit het niets dient zich vandaag een nieuw verschijnsel aan op dit blog: gast-proza. Proza van, door en voor lezers. Het spits wordt afgebeten door [BOFH] Basilisk met een geweldig verhaal over de huishoudbeurs. Mocht u zelf ook nog wat geschreven werk hebben rondslingeren, of vers geschreven dat voor publicatie geschikt is en u heeft zelf geen geschikte uitlaatklep dan kunt u dat altijd inzenden. U weet hoe u mij kunt bereiken en zo niet dan toch…
Geniet u van onderstaand verhaal van [BOFH] Basilisk getiteld “Huishoudbeurs”
Huishoudbeurs
Het is donderdag en het is druk op het treinstation van Leiden. Dat is vreemd, want het is na negenen. Dan hoort het helemaal niet druk te zijn. Ik ga altijd na negenen met de trein naar mijn werk, en dan is het nooit druk. Er zijn opvallend veel vrouwen… Huh… Huh… Huh… HUISvrouwen lijken het wel. Ik neem altijd het stoptreintje naar Schiphol, want die gaat na Schiphol door naar WTC. Dat is dus een directe verbinding. Ik kan dan wel de sneltrein daarvoor nemen, maar dan moet ik overstappen op Schiphol, en laat dan de eerstvolgende trein op Schiphol dat stoptreintje uit Leiden zijn. Neen, dan kan ik beter meteen het stoptreintje pakken in Leiden.
Ik loop naar de kiosk. Er staat een kluitje Huh… Huh… Huisvrouwen voor de kiosk. Alsof ze in de rij staan om iets te kopen, bij de kiosk. Ze versperren de weg en kakelen er vrolijk op los. “Staat u in de rij?”, vraag ik ze streng. “Oh, nee. Nee, sorry.”, excuseren de kakeldames. Het kluitje verplaatst zich en maken de weg vrij. Ik loop door naar de koffiedame. “Grote koffie?”, vraagt zij terwijl zij reeds een grote kop in de automaat stopt. “Alsjeblieft”, antwoord ik. De koffiedame kent mij ondertussen wel na al die jaren. Zij weet dat ik iedere dag een grote koffie haal voor in de trein. Ik heb er wel eens aan gedacht om te antwoorden: “Neen, een cappucino graag!”. Ik denk echter dat zij dat niet zo zou kunnen waarderen
Het stoptreintje komt normaliter redelijk vroeg, en staat er meestal al. Het is dan ook vreemd dat het treintje nu pas komt aanrijden. Zoals gewoonlijk om deze tijd is er maar één treinstel ingezet, en deze is redelijk vol. De hele menigte op het perron perst zich in het treintje. Ik stap in op het balkon bij de eerste klas. Het heeft geen zin meer om door de coupés te lopen, want de gangpaden zijn vol. Ik besluit op het balkon te blijven. Dat wordt staan vandaag. Er komen steeds meer mensen. Het balkon begint nu ook vol te raken.
De mensen schuiven door naar het gangpad. Ik blijf echter stug op het balkon staan. Daar komt de trein naar Haarlem en Amsterdam. Met bakken komen de huisvrouwen deze trein uit. De hele menigte verplaatst zich naar de andere zijde van het perron en stort zich op het kleine stoptreinstelletje. De conductrice vraagt via de intercom: “Kunnen de mensen doorschuiven? Dan kunnen de andere mensen instappen en kunnen we vertrekken.” De mensen schuiven langzaam door het gangpad van de eerste klas en maken ruimte op het balkon. Iedereen is nu ingestap. Het treintje zit vol en gaat eindelijk rijden. Het heeft reeds vijf minuten vertraging.
In het gangpad van de eerste klas is nog een stoel vrij. De ogen van de huisvrouwen zijn op deze lege stoel gefixeerd. De vrouwen kakelen: “Nee, dit is de eerste klas”, “Hier kunnen we niet zomaar gaan zitten”, “Maar als de trein vol is, dan mag het toch wel?” De mensen die wel zitten zijn zakenlieden. Zij dragen dure pakken en zijn reeds hard aan het werk. Die zakenlieden zijn altijd zo druk. Echte eerste klas zakenlieden. We komen aan op Nieuw Vennep. Zoals verwacht staat ook hier een hele menigte die zich stort op het bomvolle treintje. De mensen zijn nu als sardientjes in een blikje op elkaar geperst. Het op elkaar gepakt zijn begint erg oncomfortabel te worden. Het lijkt sommige vrouwen te veel te worden. Misschien valt er zo één flauw. De vertraging is nu 10 minuten.
We komen aan op Hoofddorp. Ook hier staat een menigte. Een aantal mensen probeert eruit te komen. Maar ze hebben moeite door het gangpad en het balkon te lopen. Het gangpad en het balkon zitten dan ook vol. Terwijl deze mensen het treintje uit proberen te worstelen, worstelt de menigte op het perron zich juist het treintje in. Het is een chaos van een jewelste. Niet iedereen op hoofddorp heeft zich in het treintje kunnen worstelen. “Dan maar wachten op de volgende” kakelen de actherblijvers. Als het treintje vertrekt, heeft het ondertussen 20 minuten vertraging.
We komen aan op Schiphol. Ook hier stort een menigte zich op het treintje. Ook hier doet een aantal mensen een wanhopige poging uit te stappen. De touristen die vragen of het de trein naar Amsterdam is, maken de chaos op Schiphol compleet.
Dan gebeurt het meest onverwachte: Een zeer onwelriekende zwerver met een lange baard probeert het treintje binnen te strompelen. De menigte in de trein deinst terug van het armzalige uitschot en vormen een gangpad voor de zwerver, als was het Mozes die, middels de kracht en als instrument God’s, met zijn staf de Rode Zee deed splijten. De zwerver heeft overduidelijk een vuile wond aan zijn been. De geur van gangreen vult het balkon en de eerste klas coupé. De zwerver strompelt naar en zetelt zich in die ene lege stoel in de eerste klas waar niemand dorstte te zitten. Hij opent een halve liter blik bier en begint het naar binnen te gieten. Het treintje vertrekt van Schiphol en heeft nu 30 minuten vertraging. De mensen op het balkon en in de eerste klas coupé zitten nu als ratten in de val.
De zwerver valt de mensen lastig. Hij vraagt om geld en beledigt de passagiers. Hij slist als hij praat. Hij is overduidelijk beschonken. De geur doet één van de huisvrouwen flauw vallen. Ze zakt in elkaar als een pudding, een metafoor die haar eer aandoet, zeker gezien het figuur van haar lichaam. Als het treintje de Schiphol-tunnel uitrijdt, wordt een andere huisvrouw onwel. Zij moet overgeven, maar kan dat natuurlijk nergens doen. Ze probeert het binnen te houden, echter dit mislukt jammerlijk. De kots vliegt in de rondte, over een duur Armani-pak van één van de eerste klas zakenlieden. Ze hoest nog een laatste beetje kost uit. Ze houdt haar hand voor haar mond, het braaksel sijpelt tussen haar vingers door.
Aan de klodders kots op het Armani-pak van de zakenman valt te zien wat zij die ochtend gegeten en gedronken heeft: Wasa Crips’n Light, Slankie smeerkaas en een glas Coolbest Orange Light. De geur van gangreen wordt nu aangevuld met een zure bijlucht van halfverteerd voedsel, jus d’orange en maagsappen. Weldra kunnen de andere huisvrouwen hun maaginhoud niet langer binnenhouden en zijn de eerste klas coupé en de eerste klas zakenlieden doordrenkt met allerhande halfverteerde light voedsel, groentesapjes en dieetproducten.
De in maagzuur gesopte slierten Philadelphia light, diet crackers, zoutarm tarwebrood, jonge light kaas, tomaten-komkommersap en dergelijke is nu overal. Op de grond, aan de stoelen, aan de ramen, op de dure Armani-, Boss- en van Gils-pakken van de zakenlieden, op de rokken, broeken en vestjes van de huisvrouwen en in de baard van de zwerver. In de coupé klinkt gekrijs en gegil van de huisvrouwen, geschreeuw van de eerste klas zakenlieden en een beschonken scheldkannonade van de zwerver. Sommige huisvrouwen proberen zich uit de voeten te maken, maar glijden uit en vallen op de nu door kots spekgladde vloer van de eerste klas coupé.
Op het balkon kakelen de huisvrouwen, soms nerveus, soms gefascineerd: “Och gut, heb je dat gezien?”, “Gut, gut, gut!”, “Oh wat erg!”, “Jeetje, zie je dat?”. Ook hier beginnen sommige vrouwen moeite te krijgen met het binnenhouden van de maaginhoud.
Het treintje komt eindelijk aan op WTC, mijn eindstation. Ook hier een menigte. Ik worstel, neen, vecht mijn weg door de immer groter wordende mensenmassa teneinde het treintje te verlaten. Het is als een nachtmerrie gevuld met horden en horden met huisvrouwen die zich als zombies het treintje in stouwen. Een gruwelijke droom, zoals die, waarin de dromer zich niet meer kan bewegen alvorens hij in koud zweet ontwaakt.
Het fluitje klinkt. De deuren beginnen te sluiten. Ik pers mijzelf door de sluitende treindeur en verlies daarbij mijn lege koffiebeker. Die blijft achter de treindeur haken en valt op het balkon op de grond. Het treintje vertrekt naar Amsterdam RAI. Het vertrekt als ware het een veewagon met mensen die naar een kamp worden afgevoerd. Ein Kampf genaamd de huishoudbeurs.